
Wat doe je met een lege kerk? Simpel: maak de kerktoren toegankelijk voor het publiek
Een herbestemming vinden voor de leeggelopen kerken: veel gemeenten breken er zich het hoofd over. In Roesbrugge hadden ze een simpel maar schitterend idee: hun kerktoren wordt een uitkijktoren. Over het uitgestrekte vlakke land.
Hij moet roepen om zich boven de wind verstaanbaar te maken. “Vergis je niet, dit is het centrum van de wereld!” Op de kaart die hij met beide handen vastklemt vertrekken vanuit deze plek lijnen in alle richtingen. “De haven van Duinkerke: 19,5 kilometer in vogelvlucht. Veurne: 16. Gravelines, waar de kerncentrales staan: 30.”
Roesbrugge, een deelgemeente van Poperinge, diep in de kelder van West-Vlaanderen. Het land van oorlogskerkhoven en picon vin blanc. De skreve met Frankrijk is vlakbij.
Ronald Verstraete houdt zich met moeite staande op de toren van de Sint-Martinuskerk. Zevenenveertig meter hoog is die, de zuidenwind blaast hard op het platform onder de windhaan.
Het uitzicht is kamerbreed. Aan de horizon de contouren van de haven van Duinkerke, de windmolens van Ieper, de bult die de Kasselberg blijkt te zijn. Dichterbij de vlakte van de Westhoek. Als een glimmend zilvergrijs serpent trekt de IJzer zich een weg door de laaggelegen akkers en weiden. Waar in dit land zie je nog zo’n gebrek aan verdichting en verharding?
“We moeten nog wat onderhouds- en aanpassingswerken laten uitvoeren”, roept Ronald. “Maar hier willen we dus het publiek toelaten. De gesprekken zijn volop bezig, we kunnen er binnenkort aan beginnen.”
Einder
Wat te doen met de leeggelopen kerk? Elke gemeente komt met een eigen antwoord op die vraag. De Sint-Jan Berchmanskerk in Genebos is al omgetoverd tot een fietsherstelplaats, de Sint-Amanduskerk in Kortenaken wordt straks een bibliotheek en buurthuis, in Mortsel werd onlangs geopperd om de Sint-Bernadettekerk om te turnen tot een sportzaal. Nu elk lokaal bestuur een actueel kerkenbeleidsplan moet opstellen, draait de verbeelding op volle toeren.
In Roesbrugge is het idee simpel, maar sterk: hier moet de kerktoren een uitkijktoren worden. Steeds minder dorpelingen komen tijdens de maandelijkse misviering hun gevoelens en gedachten onder de loep nemen, wie weet wil iedereen hier straks naar de einder turen?
Je ziet veel, ook al is er op het eerste gezicht weinig te zien. Ruimte. En lucht. Dat alleen al is de reis naar Roesbrugge waard. En met Ronald Verstraete van het plaatselijke kerkbestuur als gids zie je ook de geschiedenis van de streek opeens helder voor je.
Terwijl hij vanaf de kerktoren telkens weer een andere plek in het landschap aanwijst, vertelt de man van 79 verhalen over de tempeliers die hier in de middeleeuwen op een motte, een bult in een veld, hun burcht hadden en op een dag gruwelijk werden afgeslacht. Over de twee geallieerde bommen die op het einde van de Tweede Wereldoorlog op een haar na de kerktoren misten. Over de IJzer die in de zeventiende eeuw werd rechtgetrokken, en de bizarre gemeentegrenzen die daar het gevolg van zijn.
De wankele houten trap telt 156 treden, die de bezoeker tot hoog in de kerktoren leiden, en voor elke trede schudt Ronald een nieuw verhaal uit zijn mouw. “Dit is een belvedèretoren, vrij uniek in Vlaanderen”, zegt hij bijvoorbeeld. “De kerk is in de jaren 1830 gebouwd, op de plek waar vroeger een tamelijk grote kapel stond. Die is verwoest door een generaal uit Frans-Vlaanderen, een wrede mens, die Roesbrugge compleet heeft platgebrand. Er stonden maar drie huizen meer overeind.”
Dan, met de glimlach: “De trap moet trouwens nog worden aangepast. We zullen hem verstevigen en minder steil maken. Handig voor mensen met hoogtevrees, nietwaar?”
Zeppelins
De wind duwt ons naar binnen. In het houten gebinte van de toren – eik, volgens Ronald, dat zie je zo – zijn heel wat namen, jaartallen en locaties gekrast. J. Brun. 1915. Narbonne bijvoorbeeld.
“In de Eerste Wereldoorlog zaten er hier veel Franse soldaten”, zegt Ronald. “De kerktoren was toen ook al een uitkijkpost, van hier konden ze goed zien of er Duitse zeppelins afkwamen om bommen te gooien op het front.”
Hij werpt nog een laatste blik naar buiten en zegt: “Het vlakke land, hoe schoon.”
Onlangs vond in onze kerk een inspirerende lezing plaats door architect Frank Vandepitte over wat ons overstijgt en toch raakt, over hoe oude ruimtes opnieuw een plek van ontvankelijkheid en [...]
